Korte Historie

Emailleren is een oude kunstvorm: al op het gouden masker van Toetanchammon (ca 1300 v. Chr.) zijn versieringen van blauwe stroken emaille aangebracht.
Ook de Kelten gebruikten emaille voor hun sieraden en in het Romainse Rijk werd emaille gebruikt om glazen voorwerpen te versieren. In de romaanse kunst werden reliekschrijnen vaak voorzien van emaille. Vaak werd emaille als vervanging van edelstenen gebruikt.
Wat is emaille
Emaille is glaspoeder dat volgens oude technieken wordt gefabriceerd. Vaak zijn de recepten geheim en worden angstvallig bewaakt, ook als het bedrijf al niet meer bestaat. Het is verkrijgbaar in opake vorm (ondoorzichtig, zoals het reliekkistje hierboven) en in transparante vorm. Beide soorten zijn verkrijgbaar in allerlei kleuren. Het emaille wordt als poeder of vermengt met water opgebracht, gedroogd en gestookt in een emailleer-oven op ongeveer 780 graden Celsius.
Technieken
Basistechnieken: Strooien, stempelen, sjabloneren

De meest simpele methode om te emailleren is het strooien van emaillepoeder op een koperen plaatje. Veel bezoekers van deze website kennen deze techniek ongetwijfeld van de middelbare school.
Een stap verder is het creëren van een patroon door verschillende kleuren te gebruiken. Je kunt een gedeelte van je plaatje afdekken met een sjabloon, waardoor een patroon ontstaat (sjabloneren). Je kunt het poeder ook aanlengen met een medium en zo een patroon stempelen.
Ook kun je pen in het droge emaillepoeder krassen om een patroon te maken. Natuurlijk kun je deze technieken combineren om tot een prachtig voorwerp of sieraad.
Email-Cloisonné (letterlijk: omheind veld.)
De cloisonné techniek werd reeds toegepast in de 5e eeuw voor Christus. Het is een vorm van emailleren waarbij men geplet draad in bepaalde motieven of figuren op een metalen ondergrond bevestigt. De tussenruimten worden met verschillende kleuren emaillepoeder bedekt. Het geplette draad voorkomt dat tijdens het verhitten van het emaille de kleuren in elkaar overvloeien. Elke kleur is dus opgesloten in zijn eigen cel.
Email Plique à Jour (Venster-emaille)
Venster-emaille (plique à jour) neemt bij de verschillende emailleertechnieken een afzonderlijke plaats in. Men kijkt door venster emaille als door een glas in lood raam. Vensteremaille is cloisonné zonder metalen bodem en is op verschillende manieren te realiseren, b.v. door het motief uit te zagen uit een koper- of zilverplaat van ± 1 mm dik. De gaten in de plaat mogen niet groter dan ± 1 cm2 zijn. Of door het motief in zilverdraadjes op een ondergrond van mica of dunne koperfolie te leggen. Met transparante natte emaille worden deze ruimtes gevuld en gebrand totdat het naar tevredenheid is, waarna de ondergrond verwijderd wordt. Als er koperfolie is gebruikt wordt dit weggeëtst.
Email-champlevé (letterlijk: verheven veld)
Voor deze techniek wordt meestal een dikkere plaat van rood koper, zilver gebruikt dan bij de andere technieken. Met een steker of burijn (dat is een kleine, dunne, licht afgeronde speciaal voor dit doel gemaakte handzame steekbeitel) worden, volgens een vooraf gemaakte tekening, holten in de plaat gestoken of met behulp van zuren geëtst. Deze holten worden opgevuld met verschillende kleuren emailles. De techniek van het uithollen van de plaat was zeer moeilijk totdat men de techniek van het frezen onder de knie kreeg. Ook kan men tegenwoordig gemakkelijk mallen maken, zodat de gewenste plaat kan worden gegoten.
Email Peint (Schilderemaille)
Toen men er eenmaal in geslaagd was om glassoorten te vervaardigen die een gelijk krimppercentage vertoonden als het onderliggende metaal, ontwikkelde zich de kunst van het schilderen met emaille.
Na het opbrengen en glad branden van een kleurloos emaille op een metalen plaat wordt op deze ondergrond met penseel schilderemaille opgebracht. Deze schilderemaille is zo fijn dat er a.h.w. mee kan worden geaquarelleerd.
Email Grisaille (letterlijk: eentonig)
Hierbij wordt de plaat geheel met een dekkende zwarte emaille goed glad gebrand. Op deze zwarte ondergrond wordt met een fijne witte emaille het motief geschilderd en herhaaldelijk gebrand, waarbij steeds het wit enigszins in het zwart wegzinkt. Door steeds de lichtere gedeelten weer te schilderen en te branden zijn er vele grijstinten te verkrijgen.